Ik ben een week op vakantie geweest, vandaar de stilte alweer.

Nadat ik hem verteld had dat hij me moest uitbetalen, werd de sfeer grimmiger, met momenten waar we ook normaal deden.
Ik deed altijd normaal, want ik deed gewoon mijn werk. Ik liet met enkel niet doen en stond zoals ik altijd doe op mijn strepen.

Dan heb ik afgesproken om naar een golfevent te gaan. Enkel ’s avonds want we waren onderbemand. Mijn lief zou met komen afhalen met de wagen, die (de wagen hé) laat ons eerlijk zijn, vanaf dag 1 problemen had met olie (1 liter per 5 dagen), een versleten koppeling, banden die met dagelijkse ijver moesten worden opgepompt en een schade, hoewel dat laatste geen afbreuk deed aan de manier van rijden enkel aan de esthetische kant van de wagen.

Om 17.30 uur op 30 juni krijg ik telefoon van mijn lief. ‘Vergeet de golf maar’, ik rijd net uit de konijnenpijp en de wagen is compleet stilgevallen. Dit midden in de spits op de laatste dag van de school.
Ik ben net een 10-18 lens aan het verkopen en geef even ‘hem’ door. Ik hoor ‘hem’ zeggen ‘Wat kan ik daar aan doen’ – ‘Dat zal niet gaan’.
Dus, mijn lief vraagt aan ‘hem’ wat hij eraan wil doen, daar het zijn wagen is, van zijn bedrijf. Waarop hij dus het eerste antwoord geeft. Daarop zegt mijn lief ‘Oke, maar jij zorgt dat zij (ik) naar huis geraak’, waarop hij dus het 2de antwoord heeft gegeven.
Want ‘hij’ zou ’s nachts vertrekken naar zijn huis in Frankrijk en wil dus om 18.30 uur in zijn bed liggen.

Dit wil zeggen dat ik op zaterdag, de winkel moet openen. Maar ik heb dus nu geen wagen meer. Dus ik zeg ‘Hoe verwacht je dat ik morgen de winkel open doe’

Hij: Ik weet het niet
Ik: Ik ook niet
Hij: Ik wil je de witte Peugeot geven, maar die is privé en daar moet je voorzichtig mee zijn
Ik: Ik ben altijd voorzichtig
Hij: Dat is niet waar, de wagen is altijd vuil
Ik: Kom jij eens een week wonen in mijn straat.
Hij: — wandelt weg —
Hij: — wandelt een stuk terug — ‘Ik zal dan de witte Peugeot geven’
Hij: —- wandelt weg —-
Hij: —wandelt terug — ‘Ik geef dan de wagen, je gaat er mee naar huis en morgen laat je je dan ophalen door je lief’
Ik: Hoe geraak ik dinsdag op het werk?
hij: Dat weet ik niet
Ik: Ik ook niet
Ik: Weet je wat, laat de wagen maar, ik trek mijn plan wel, je bent absoluut niet oprecht en wil de wagen niet geven. Ik zal wel zorgen dat morgen uw winkeltje ook opengaat
Hij: Klopt, ik doe het liever niet.
Ik: Duidelijk
Hij: Ik heb het wel voorgesteld hé
Ik: Zeer onoprecht en niet gemeend
Hij: Ik heb het voorgesteld
Ik: Ik ben zo gefrustreerd (tranen) in wie jij bent als persoon. Ik ben zo ontzettend ontgoocheld in jou, in wie jij bent, dat ik het niet onder woorden kan brengen.
Hij: Haalt schouders op en wandelt weg
Ik: — maak de kassa, neem mijn gerief en vertrek —

Ik ben van Merksem naar de konijnenpijp gewandeld, waar mijn lief nog stond met de wagen in panne. We hebben vervolgend tot 21.00 uur daar gezeten tot de takeldienst er was.
Daar zijn we gereden naar Brasschaat waar ik 5 dagen kon beschikken over een gratis vervangwagen.

Zoals ik al op voorhand wist, was de koppeling kapot. Wat abnormaal was voor de km die op de wagen stonden, maar heel normaal als je alle andere problemen in acht nam. Dat had ik ‘hem’ al verteld in november.

Dit is nog maar een topje van de ijsberg, maar was wel een hele grote druppel in mijn emmer.

We zijn naar het einde aan het werken … over een paar dagen Part III